Nieuws

Barre tijden
Om de recessie te duiden, hoef je echt geen econoom te zijn. Kees Postma weet precies hoe het zit. ,,De mensen hebben geen kwartje te besteden, zo simpel is dat.'' De sloper uit Stiens voelt de malaise aan den lijve. Bericht uit de wereld van tweede hands waar.

De vette jaren liggen achter ons. Jammer. Voor Kees Postma (56), sloper en handelaar in bouwmaterialen, zand en grind, had het eeuwig mogen duren. Want er was handel te doen. ,,De mensen waren constant aan het heisteren. Ze smeten met geld.'' Om de haverklap werd er verhuisd. Van de ene nieuwbouwwijk naar de andere, steeds groter en duurder. ,,Dan las de vrouw des huizes weer iets in VT-Wonen en hup, moesten er weer nieuwe gordijnen komen, nieuw parket, sierbestrating in de tuin.'' En Kees maar slepen met z'n kraantje en z'n shoveltje. Schuttingen, zand, zakken vol modieus grind, het kon niet op.

 

Maar nu zit Jan Modaal vast aan een loodzware hypotheek. ,,Lekker wonen aan de Blabbersloot'', zegt Postma sarkastisch. Gas, water, elektra, onroerend goedbelasting, milieuheffingen, de kinderen moeten naar school, het kost allemaal een godsvermogen.

 

Geen harses

 

 De mensen zijn blut. Geen wonder dat de detailhandel momenteel steen en been klaagt. Postma zag het jaren geleden al aankomen. Hij gooit zijn kasboek op tafel. 'Dinsdag 23 april 2002: Knap weer, drie planken en een paar kuub zand verkocht. Verder geen harses geweest.' 'Maandag 9 juni 2003: Bewolkt, loods opgeruimd. Je moet toch wat als er geen klanten komen.'

 

De ondernemer huist in een keet bij het toegangshek van zijn terrein. Vijftien jaar geleden schafte hij het gebouwtje aan voor 350 gulden. ,,Wat rabat er omheen en klaar. Het is wat súterich, maar dat moet ook. Als ik hier te luxe zit, zeggen de mensen: `Het gaat veuls te goed met die Kees. Dat klopt niet.''

 

Rond de koffietafel in het knusse kantoortje is het dagelijks politiek café. Postma bespreekt de toestand in de wereld. Blonde Petra, die voor de koffie zorgt, Jopie van der Galiën -,,hoort bij de inventaris''- en enkele losse passanten luisteren geamuseerd.

 

Vooral de overheid moet het ontgelden. Gemeente, waterschap en regering, dát zijn de grote graaiers. ,,Honderd jaar geleden hadden we roofridders. Die woonden op een kasteeltje met een gracht, het gepeupel er omheen. Nu heb je het Wetterskip. Ook in een groot gebouw, met een vijver. Het zijn potentaten, die niks anders doen dan burgers geld uit de zak kloppen.''

Gepeperd commentaar

 

Postma geeft gepeperd commentaar. Deskundig ook. Elke dag spelt hij de krant en hij heeft een feilloos geheugen. Alle ministers kent hij bij naam en van elk weet hij wel een vette flater te noemen. ,,Het is hún schuld dat het land in crisis wegzakt. Ze houden veel te strikt vast aan dat heilige begrotingstekort. Terwijl ze juist nú moeten spenderen.''

 

En laat ze eens ophouden de kleine man in de straat af te knijpen. Die kan amper nog ademhalen. Z'n grijze kentekentje is hem al afgepakt, en straks moet hij ook nog honderd euro ziekenfondspremie betalen. Dan kan zo'n Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank, wel beweren dat het allemaal best meevalt. Dat de mensen elkaar de malaise aanpraten. ,,Laat hem hier maar eens veertien dagen komen, dan kan hij zelf zien waar we van leve mutte.''

 

Niemand hoeft overigens medelijden met Postma te hebben. Die redt zich wel. Hij verkoopt nu en dan een tuinplankje, een kratje zand. Scharrelen, dat is wat hij doet. Scharrelen. En het is de kunst om weinig kosten te maken. ,,Hier is de directeur ook de vrachtwagenchauffeur. Korte lijnen, meneer.''

 

Hij rijdt met antiek materieel. Een stokoude Scania Torpedo. ,,Met zo'n snútsje.'' En een Ford uit 1953, getuige de letters op de portieren afkomstig van het brandweerkorps in het Belgische Lommel.Misschien past het niet bij modern ondernemerschap, maar de Stienser geniet dat hij met oldtimers zijn brood kan verdienen. Als je met zo'n wagen een paar kuub zwarte grond bij de klant bezorgt, maak je pas echt de blits

 

Kafka.

 

Het is liefhebberij, maar het scheelt ook behoorlijk in de verzekeringspremie. Zo slaagt hij er in de kop nog net een beetje boven water houden ,,in dit land van belastingen, bijdragen, heffingen en regeltjes''. Wie meer uitgeeft dan ontvangt, knoopt het touw waaraan hij hangt. Gek wordt hij van alle tegenwerking. Van ambtenaren die hem komen vertellen wat hij allemaal niet mag doen. ,,Het lijkt wel Kafka!''

Zichtbaar tevreden over die laatste bespiegeling, trekt Postma de sombere conclusie dat we hier zo langzamerhand in een rotland leven. De mensen kunnen er niet meer tegen, worden onverdraagzaam. ,,Ze vreten mekaar op.''

 

Op tafel ligt een makelaarsgids van Noord-Duitsland. Papenburg, Leer, Neurhede, Hesel, daar zijn de huizen spotgoedkoop. Leuke boerderijtjes voor 80.000 euro. Wat een ruimte, wat een vrijheid. ,,Ik vertrek.'' Hij is toch alleen, sinds kort. Zijn vrouw was ontevreden, wilde dit niet meer en wilde dat niet meer. Ze kon het eigenlijk wel alleen af. Ook goed.

Kees heeft gelukkig nog een paar centen in de ,,kontbùse''. Want hij is altijd zuinig geweest. Dag en nacht werken, nooit vakantie. Hij stamt uit een slopersdynastie. Overgrootvader voer op een snikke. Hij verkocht bielzen en hekkenschroten. Die business werd overgedragen van vader op zoon, beurtelings Kees of Gerlof geheten. ,,Mijn zoon is een Gerlof, net als m'n vader, en m'n kleinzoon heet weer Kees. Daar stond ik op. Ik zei: Nou even met het mes op tafel. Als jullie het hart hebben om hem Kevin te noemen of zo, dan vallen er dooien.''

 

Zaagbank

 

Begin jaren zeventig had Postma een antiekwinkeltje aan de Troelstraweg in Leeuwarden. Maar daar kwam de klad in. Hij schreef in op sloopwerk. Woninkjes en boerderijen afbreken voor Domeinen. De vrijkomende materialen werden verkocht. Op een zelfgeknutselde zaagbank, die nog steeds dienst doet, verzaagde hij kilometers kozijn. ,,Maar een ambtenaar van de arbowet heeft aan een buisje aspirine niet genoeg als hij dit ding ziet. Onmiddellijk afgekeurd.''

 

Postma was de uitvinder van het zandbakzand. Hij kwam op een dag thuis met een vrachtwagen zand uit Drenthe. Van dat mooie dikke, gele. Hij noemde het `speelzand' en adverteerde er mee in de Leeuwarder Courant: ,,Zand in miljoenen jaren niet aangeraakt. Je kenne het nou bij Kees zo opskeppe. Karkes en plastiek púden zelf meeneme, want ik ben d'r deurheen.'' Het liep storm. Zaterdagsmorgens stonden de klanten er voor in de rij. Maar korte tijd later pikten de grote bouwmarkten zijn idee. Zo gaat dat.

 

Geregeld is hij op reis om handel. ,,Even rondkieke, even strúne.'' Op zijn grote kapklompen klost Postma heel Europa door. Avonturen! Van alle landen die hij bezocht, beviel Zwitserland hem verreweg het best. ,,Dat is het beloofde land. Prachtig met die bergen.'' Toen hij er een jaar of zeven geleden voor het eerst kwam, stierf het er van de antieke auto's. Helemaal niet duur en in puike staat. Je kon je haar kammen in de uitlaat, eerlijk waar.

 

En die Zwitsers reden gewoon op loodhoudende benzine, constateerde hij jaloers. ,,In plaats van dat vieze schrale Euro wat we hier hebben.'' Postma vervolgt met een uitgebreid exposé over brandstof. Tegenwoordig halen ze het lood uit de benzine en voegen er ethanol en methanol aan toe om de emissies terug te brengen. Maar oldtimers willen er amper op lopen. Daarom mengt hij z'n eigen peut. ,,Ik 'boost' het op tot super. Dat smeert de klepkes zo lekker.''

 

Leeuwarder courant

Sneon en Snein